|
Mazaba
|
|
|
Mazaba is een dorpje in het zuiden van Zambia (zie kaart) waar zo'n 800 tal inwoners
(ong. 160 gezinnen) wonen. Elke dag moeten deze mensen 7 kilometer (enkel) wandelen om te
beschikken over water.
|
|
Zambia
|
|
|
Zambia (officieel: Republic of Zambia), republiek in zuidelijk Centraal-Afrika, 752 614
vierkante kilometer (1998 reëel), met 11 261 795 (2005 schatting) inwoners; 15 personen per
vierkante kilometer (2005 schatting). De hoofdstad is Lusaka. Munteenheid is de Kwacha (K),
onderverdeeld in 100 ngwee. Nationale feestdag is 24 oktober, Onafhankelijkheidsdag.
De internetlandcode (TLD) is zm.
|
|
Landschap
|
|
|
Het landschap bestaat grotendeels uit een aantal zacht golvende plateaus (gemiddelde
hoogte 1000–1200 m). De hoogte neemt naar het noorden en oosten geleidelijk toe en komt
langs de grens met Malawi tot boven de 1500 m. De dalen van de Midden-Zambezi in West-Zambia
en van de Luangwa in Oost-Zambia vormen de laagste delen van het land. West-Zambia is
overdekt met een dikke laag uit de Kalahariwoestijn afkomstig zand. Twee van de grootste
rivieren van Afrika ontspringen in Zambia, de Zambezi en de Congorivier. Ongeveer driekwart
van het land behoort tot het stroomgebied van de Zambezi en haar zijrivieren: Kabompo, Kafue
en Luangwa. Het overige deel, met uitzondering van een klein gebied in het uiterste
noordoosten, watert af op de Congo en haar zijrivieren de Chambesi en Luapula. De rivieren
hebben sterk wisselende waterstanden en zijn door stroomversnellingen en watervallen, o.a.
de bekende Victoriawatervallen in de Zambezi, slecht bevaarbaar. In het noorden liggen het
Mweru- en het Bangweulumeer in grote depressies. In het uiterste noordoosten heeft Zambia
deel aan het Tanganyikameer. In het zuiden, waar de Zambezi grensrivier is, heeft zich achter
de Karibadam het Karibameer gevormd.
|
|
Natuur
|
|
|
De plantengroei in het grootste deel van het land bestaat uit savanne: hoog gras met
verspreid staande bomen. In het noorden liggen bij de meren en in de rivierdalen tropische
regenwouden. Nabij het Mweru- en het Bangweulumeer hebben zich uitgebreide moerassen gevormd,
met sterk wisselende waterstanden.
De dierenwereld is die van de savanne, gekenmerkt door de grote planteneters (olifant,
puntlipneushoorn, steppezebra, wrattenzwijn, buffel, talrijke antilopen, enz.) en predatoren
(roofvijanden: leeuw, luipaarden, gevlekte hyena, enz.); in grote trekken lijkt de fauna op die
van Oost-Afrika, hoewel ook talrijke Zuid-Afrikaanse elementen nog voorkomen. Giraffen komen
slechts in het uiterste westen en in het oosten voor; een merkwaardige diergeografische
scheidslijn blijkt midden door Zambia te lopen. Het belangrijkste deel van het
verspreidingsgebied van de lechwe, een van de waterbokken onder de antilopen, valt binnen
de grenzen van Zambia. De tamelijk schaars vertegenwoordigde bossen behoren tot verscheidene
typen en herbergen een vaak zeer karakteristieke dierenwereld. Enkele Centraal-Afrikaanse
bosvormen met o.a. apen dringen tot in het noordwesten door. Totaal zijn ongeveer 225 soorten
zoogdieren en 700 vogels van Zambia bekend. Lagere gewervelde dieren als bijv. reptielen zijn
eveneens zeer goed vertegenwoordigd. De insectenwereld vertoont een grote rijkdom en omvat
o.a. tseetseevliegen (wijd verspreid) en broedplaatsen van verscheidene zwermende sprinkhanen
. Zambia kent een uitgebreid netwerk van nationale parken en wildreservaten. De
natuurbescherming is redelijk georganiseerd, maar kampt met stroperij (vooral van olifanten
en neushoorns) en financiële problemen; bovendien komt het safaritoerisme maar moeizaam op
gang. Het bekendst zijn het Kafue National Park en de reservaten in het dal van de
Luangwarivier. De geringe bevolkingsdichtheid en een al vroeg ingrijpen in de koloniale
tijd hebben geresulteerd in een hier en daar nog opvallende wildrijkdom; wel wordt de
puntlipneushoorn ernstig bedreigd.
|
|
Klimaat
|
|
|
Door de relatief hoge ligging van het land zijn de gemiddelde temperaturen lager dan die in
veel andere landen van tropisch Afrika. Alleen de dalen van de Midden-Zambezi en de Luapula
zijn het gehele jaar heet en vochtig. Drie seizoenen kunnen worden onderscheiden: een koel
droog seizoen (april–augustus), een heet droog seizoen (augustus–november) en een warm nat
seizoen (november–april). Juli is de koelste maand (gemiddelde temperatuur te Lusaka 15,4 °C)
en oktober de warmste maand (idem 24 °C). De regentijd zet in het noorden eerder in
(eind oktober) en duurt langer (ca. 190 dagen) dan in het zuiden. De gemiddelde jaarlijkse
neerslag in het noorden bedraagt 1000–1500 mm en in het zuiden 600–1000 mm.
|
|
Bevolking
|
|
|
Ruim 98% van de Zambianen behoort tot een van de 73 Bantoetalige stammen, die weer tot een
van de zeven dialectgroepen behoren, t.w. Bemba, Tonga, Nyanja, Lunda, Luvale, Lozi en
Kaounde. De stamverbondenheid speelt nog steeds een grote rol in het sociale en politieke
leven. Het aantal buitenlanders gaat gestaag achteruit. Eénderde van de bevolking woont in
het centrale hoogland, terwijl ook de grensgebieden met Mozambique en Malawi vrij dicht
bevolkt zijn. Ca. 45% van de bevolking woont in stedelijke gebieden, waarmee Zambia de
hoogste urbanisatiegraad van zwart Afrika heeft. Eind 1996 woonden ca. 100 000 vluchtelingen
uit Angola in Zambia
De leeftijdsopbouw is ongelijk: ongeveer 47% van de bevolking is jonger dan vijftien jaar.
De natuurlijke bevolkingsgroei bedroeg in de periode 1985–1995 2,6% per jaar. De hoofdstad
Lusaka telt 982 362 inw.; andere grote steden zijn: Kitwe (439 200 inw.), Ndola
(376 311 inw.), Mufulira (175 000 inw.), Kabwe (166 600 inw.).
De officiële taal is het Engels. In het dagelijks leven wordt veel gebruik gemaakt van een
taal bestaande uit Afrikaanse, Engelse en Bantoewoorden en uitdrukkingen, genaamd Kitchen
Kaffir. Verder hebben vijf Bantoedialecten een officiële status. Tweederde van de Zambianen
spreekt Bemba, Tonga of Nyanja.
Ca. 27% van de bevolking hangt traditionele Afrikaanse religies aan. De Rooms-Katholieke
Kerk (georganiseerd in twee aartsbisdommen met zeven bisdommen) heeft de meeste aanhangers
(27%). De protestanten, in totaal 35%, zijn verdeeld over de Anglicaanse Kerk en de United
Church of Zambia. Een steeds grotere aanhang krijgen de inheemse Afrikaanse christelijke
kerken, waarvan de Lumpa Church de grootste is. Ook de Jehova's Getuigen hebben een groeiende
aanhang. Ca. 1% van de bevolking is islamiet of hindoe.
|
|
In Afrika wordt dans beschouwd als een belangrijk communicatiemiddel. De danskunst wordt
over het hele continent beoefend in verschillende stijlen. Veel Afrikaanse dansers drukken
door hun kleding en manier van bewegen tradities en culturele en historische invloeden uit.
Deze Zambiaanse danser draagt een ceremonieel gewaad en beweegt zich op trommelmuziek.
|
|
|